• Mama Hanna

Een kijkje in een postnatale depressie

Bijgewerkt op: 14 jan. 2021


Hij huilde alweer. Ik zit met mijn knieën opgetrokken op bed op de slaapkamer. Hij ligt in de kinderwagen in de woonkamer. Ik weet me absoluut geen raad. Ik heb hem gevoed, verschoond, aandacht gegeven, na het ellendige spugen weer verschoond, zijn speen gegeven, en hij huilt nog steeds. Ik wens terug naar het moment dat we besloten om voor een kindje te gaan. Ik wens terug naar de onbezorgde tijd waarin ik elk vrij moment van de dag kon bepalen wat ik wilde doen. Waarom wilde ik eigenlijk zo graag een kindje? Wat een egoïstische gedachte van mezelf! Ik kan er niks aan doen, maar mijn gedachten dwalen dieper af. Wat nou als hij er niet meer zou zijn? Ik word boos op mezelf dat ik dit überhaupt denk. Er zijn zoveel vrouwen op de wereld die niet zwanger kunnen raken, vurig wensen op een wonder. En ik? Ik wou dat mijn kindje er niet meer was. En ineens lijkt de scene uit ‘De Gelukkige Huisvrouw’ helemaal niet vreemd. Ik wil hem ook wel verstoppen, ergens in een doos. Even geen gehuil meer, even rust aan mijn hoofd.


Spannende tijd


Toen mijn man en ik een half jaar samen waren besloten we om te stoppen met de pil. Hij was al halverwege de 30 en wilde geen oude vader zijn. Ik was eind 20 en was wel toe aan het stichten van een gezin. Bij mij zit onvruchtbaarheid in de familie en die gedachte maakte me soms onzeker. Wat nou als ik nooit een kindje zou kunnen krijgen? We besloten dat we het gingen proberen, maar dat het geen ‘hot item’ zou zijn in onze relatie. Het feit dat we elkaar waren tegengekomen en dolgelukkig waren met elkaar, was het belangrijkste. Een kindje zou ons familiebeeld afmaken, maar was geen prioriteit. Het duurde 1,5 jaar voordat ik zwanger raakte. Ik weet dat het een tijd kan duren voordat je zwanger raakt. Toch had ik me de maand voordat ik zwanger raakte erbij neergelegd dat ik waarschijnlijk nooit zwanger zou worden. Ik was er inmiddels zo op gefixeerd dat het de hele dag door mijn hoofd spookte. Toen ik accepteerde dat het misschien wel nooit zou gebeuren, raakte ik zwanger.


Moeilijke zwangerschap


Ik vond het zwanger zijn niet leuk. Ik heb een fulltime baan met leidinggevende functie. Hier stop ik al mijn tijd en aandacht in. Daarnaast was ik ook nog met mijn HBO studie bezig. Ik vond altijd dat de zwangere vrouwen om mij heen zich aanstelden als ze rugpijn hadden of (deels) de ziektewet in gingen. De eerste 11 weken van mijn zwangerschap was ik behoorlijk misselijk. Daarna werd het rustig. Tot 20 weken had ik weinig klachten. Ik werkte als een bezetene door, sleepte wat af en rust houden vond ik onzin. Tot die ene nacht. Ik werd wakker en had het gevoel alsof iemand een mes in mijn onderrug had gestoken. Ik schreeuwde het uit van de pijn. Ik wist niet meer hoe ik moest staan, zitten, liggen, ik kon alleen maar huilen. De huisarts verwees me door naar de fysiotherapeut met de woorden: bekkeninstabiliteit. Ik kon wel janken. Niet omdat ik zoveel pijn had, maar omdat ik moest toegeven dat ik net zoals al die vrouwen was die ik aanstellers vond. Na een paar weken door ploeteren heb ik mij voor 25% ziekgemeld.


Hopen op een wonder


Door de combinatie van 25% minder werken, alleen maar halve dagen werken en verschillende fysio oefeningen uitvoeren kon ik het werken volhouden. Tot die ene dag. Ik liep samen met een collega naar buiten en zei: ‘Tot morgen!’ Toen ik me omdraaide kreeg ik een gek gevoel dat ik niet meer terug zou komen. Ik schudde mijn hoofd en fietste naar huis. Net als elke avond stapte ik ook deze avond onder de douche. Ik zette een lekker muziekje aan om mijn hoofd leeg te maken en neuriede zachtjes mee. Ineens voelde ik een soort ‘plop’. Ik keek naar beneden maar zag niks vreemds. Ik voelde tussen mijn benen en haalde er een soort slijmprop vandaan. In eerste instantie werd ik niet ongerust. Ik heb namelijk mijn hele zwangerschap geen artikel of boek gelezen over zwanger zijn, weeën of bevallen. Ik wist niks van diverse stadia of tekenen hoe je kon weten dat de bevalling was begonnen. Ik heb mijn man geroepen en die heeft toch maar de verloskundige gebeld. De boodschap: ‘Kom direct hier naartoe, maak alvast een vluchttas klaar want het kan zijn dat je aan het bevallen bent. Als dat zo is, dan moet je direct naar Utrecht voor weeënremmers, want je bent nog maar 30 weken zwanger.’ Ik raakte in paniek. Normaal kan ik redelijk goed relativeren, maar deze viel niet te relativeren. Ik had geen controle over wat er binnen in mijn lijf gebeurde. Ik kon niks anders doen dan hopen op een wonder.


Tien weken plat


Bij de verloskundige werd mijn ongerustheid niet gesust. ‘Ja, het is week beneden. En ja, je baarmoedermond staat wat open. Maar ik durf niet met zekerheid te zeggen dat de bevalling is begonnen. Ik stuur je door naar het ziekenhuis.’ Daar zat ik dan, met mijn ziel onder de arm, aan allerlei slangetjes en machines. Nog steeds hopend op een wonder. En dat wonder geschiedde: ik was niet aan het bevallen. Althans, niet direct. Maar ik moest wel heel voorzichtig zijn. De boodschap die ik meekreeg was dan ook heel duidelijk: de komende 10 weken moet je plat. Op dat moment heb je alles over voor de gezondheid van je kindje, dus ik ging plat. Platter dan plat… de bank en Netflix werden mijn grootste vrienden. Maar inmiddels was de winter begonnen en begon het flink te sneeuwen. De gladheid was verraderlijk en het was daarom niet verstandig om een voet buiten de deur te zetten. Het enige wat ik kon wensen was dat die tien weken snel voorbij zouden gaan.


Met mijn ziel onder de arm


Uiteindelijk heeft mijn lijf het weten te rekken tot 38 weken en 6 dagen. Mijn vliezen braken en mijn mindset was sterk: ik ga deze klus even klaren. Die mindset heb ik 40 uur vol moeten houden, want 40 uur na het breken van mijn vliezen is onze zoon pas geboren. De bevalling zelf (het persen) vond ik heftig maar wel te doen. Alleen door het lange voortraject was ik volledig uitgeput. 40 uur in de heftige weeën zitten had me lichamelijk leeggezogen. Uiteindelijk heb ik weeënopwekkers toegediend gekregen omdat ik maar bleef hangen op 1,5 cm ontsluiting. Tijdens het persen raakte ik in paniek. Wil ik dit eigenlijk wel? Wat doet dat kind mij aan? Waarom hebben we er voor gekozen om een kindje te willen? Toen ik Laurens op mijn buik had liggen voelde het vreemd. Is hij van mij? Komt dit uit mij? Ik herken hem helemaal niet. Wat moet ik hiermee? We moesten een nachtje blijven omdat de kans op infectiegevaar aanwezig was. De volgende dag werden we ontslagen. Met mijn ziel onder de arm gingen we naar huis.


Depressie


De week erna zat ik op een roze wolk. Ik vond het heerlijk dat de kraamhulp alles voor me deed. Ze hielp me met het geven van borstvoeding, ze maakte mijn fruit klaar, ze deed de was... Als ik lekker lag te slapen liep ze met onze zoon rond zodat ik even kon bijtanken. Na 10 dagen gaf ik haar een dikke knuffel en liep ze definitief de deur uit. Mijn man was inmiddels alweer aan het werk. Daar zat ik dan, in mijn eentje, met een baby die alleen maar huilde. Ik worstelde met de borstvoeding, want ik had continue tepelkloven. Door de meningen van anderen (borstvoeding is het beste wat er is!) durfde ik de keuze niet te maken over te gaan op flesvoeding. Dit is de grootste fout die ik heb gemaakt, het niet luisteren naar mijn lichaam. Ik kreeg donkere gedachten. Regelmatig dacht ik: ‘Was ik maar nooit zwanger geraakt’, en ‘Als ik hem nou eventjes ergens kon verstoppen’. Ik durfde niet meer naar buiten, bang voor wat er ging gebeuren. Wat nou als hij in de winkel begint te huilen? Of als hij een schone luier nodig heeft? Wat nou als mensen zich ermee gaan bemoeien? De roze wolk was volledig zwart geworden.


Slechte start


Uiteindelijk ben ik zelf uit mijn depressie gekomen. Het duurde wel een maandje of 9, maar door mijn ‘normale’ leven weer op te pakken werd het beter. Ook hadden we een slechte start met Laurens. Hij bleek een hartruisje te hebben en bleef maar afvallen. In de acht weken na de geboorte zijn we van het consultatiebureau doorgestuurd naar de huisarts, vervolgens naar de kinderarts en daarna naar de kindercardioloog. Ik had een strippenkaart voor het ziekenhuis. Uiteindelijk bleek dat er te weinig voedingsstoffen in mijn borstvoeding zaten. We zijn overgestapt op flesvoeding en onze zoon begon ineens te groeien. Hij stopte met huilen en sliep direct door van 19.00 uur tot 8 uur de volgende dag! Wat een verademing. Ik begon langzaamaan kriebels te krijgen als ik naar mijn zoon keek. Ik durfde weer naar buiten en werd weer de sterke vrouw die ik altijd was.


Leermoment


Terugkijkend op die periode heb ik veel geleerd. Allereerst: luister naar je moedergevoel! Als je gevoel zegt dat het niet klopt, dan klopt het vaak ook niet. Ik wist dat er iets niet klopte aan de groei van onze zoon. De hele wereld dacht daar blijkbaar anders over, met als gevolg dat ik bleef doormodderen. Daarnaast: luister naar je jezelf! Ik wist vanaf het begin dat borstvoeding gewoon niet mijn ding was. Ik was zo onzeker, durfde niet in een hoekje te gaan zitten voeden, schaamde me voor mijn lijf en was bang voor opmerkingen van anderen. Ik had hier mijn grens moeten aangeven en gewoon moeten stoppen met de borstvoeding. In plaats daarvan ging ik door, omdat anderen bleven zeggen dat borstvoeding het beste was. En als laatste: betrek je partner. Ik heb mezelf veel te veel afgesloten van de buitenwereld. Ik zat opgesloten in mijzelf. Als ik er meer met mijn partner over had gesproken, dan had hij mij kunnen helpen met keuzes maken en mijn grenzen aangeven. Uiteindelijk zijn we er goed uitgekomen. Mijn zoon is inmiddels 3 jaar oud en onze tweede zoon is afgelopen zomer geboren. We zijn dankbaar voor de rijkdom die we hebben. Want uiteindelijk is het gezin het belangrijkste in ons leven!Hij huilde alweer. Ik zit met mijn knieën opgetrokken op bed op de slaapkamer. Hij ligt in de kinderwagen in de woonkamer. Ik weet me absoluut geen raad. Ik heb hem gevoed, verschoond, aandacht gegeven, na het ellendige spugen weer verschoond, zijn speen gegeven, en hij huilt nog steeds. Ik wens terug naar het moment dat we besloten om voor een kindje te gaan. Ik wens terug naar de onbezorgde tijd waarin ik elk vrij moment van de dag kon bepalen wat ik wilde doen. Waarom wilde ik eigenlijk zo graag een kindje? Wat een egoïstische gedachte van mezelf! Ik kan er niks aan doen, maar mijn gedachten dwalen dieper af. Wat nou als hij er niet meer zou zijn? Ik word boos op mezelf dat ik dit überhaupt denk. Er zijn zoveel vrouwen op de wereld die niet zwanger kunnen raken, vurig wensen op een wonder. En ik? Ik wou dat mijn kindje er niet meer was. En ineens lijkt de scene uit ‘De Gelukkige Huisvrouw’ helemaal niet vreemd. Ik wil hem ook wel verstoppen, ergens in een doos. Even geen gehuil meer, even rust aan mijn hoofd.


Spannende tijd


Toen mijn man en ik een half jaar samen waren besloten we om te stoppen met de pil. Hij was al halverwege de 30 en wilde geen oude vader zijn. Ik was eind 20 en was wel toe aan het stichten van een gezin. Bij mij zit onvruchtbaarheid in de familie en die gedachte maakte me soms onzeker. Wat nou als ik nooit een kindje zou kunnen krijgen? We besloten dat we het gingen proberen, maar dat het geen ‘hot item’ zou zijn in onze relatie. Het feit dat we elkaar waren tegengekomen en dolgelukkig waren met elkaar, was het belangrijkste. Een kindje zou ons familiebeeld afmaken, maar was geen prioriteit. Het duurde 1,5 jaar voordat ik zwanger raakte. Ik weet dat het een tijd kan duren voordat je zwanger raakt. Toch had ik me de maand voordat ik zwanger raakte erbij neergelegd dat ik waarschijnlijk nooit zwanger zou worden. Ik was er inmiddels zo op gefixeerd dat het de hele dag door mijn hoofd spookte. Toen ik accepteerde dat het misschien wel nooit zou gebeuren, raakte ik zwanger.


Moeilijke zwangerschap


Ik vond het zwanger zijn niet leuk. Ik heb een fulltime baan met leidinggevende functie. Hier stop ik al mijn tijd en aandacht in. Daarnaast was ik ook nog met mijn HBO studie bezig. Ik vond altijd dat de zwangere vrouwen om mij heen zich aanstelden als ze rugpijn hadden of (deels) de ziektewet in gingen. De eerste 11 weken van mijn zwangerschap was ik behoorlijk misselijk. Daarna werd het rustig. Tot 20 weken had ik weinig klachten. Ik werkte als een bezetene door, sleepte wat af en rust houden vond ik onzin. Tot die ene nacht. Ik werd wakker en had het gevoel alsof iemand een mes in mijn onderrug had gestoken. Ik schreeuwde het uit van de pijn. Ik wist niet meer hoe ik moest staan, zitten, liggen, ik kon alleen maar huilen. De huisarts verwees me door naar de fysiotherapeut met de woorden: bekkeninstabiliteit. Ik kon wel janken. Niet omdat ik zoveel pijn had, maar omdat ik moest toegeven dat ik net zoals al die vrouwen was die ik aanstellers vond. Na een paar weken door ploeteren heb ik mij voor 25% ziekgemeld.


Hopen op een wonder


Door de combinatie van 25% minder werken, alleen maar halve dagen werken en verschillende fysio oefeningen uitvoeren kon ik het werken volhouden. Tot die ene dag. Ik liep samen met een collega naar buiten en zei: ‘Tot morgen!’ Toen ik me omdraaide kreeg ik een gek gevoel dat ik niet meer terug zou komen. Ik schudde mijn hoofd en fietste naar huis. Net als elke avond stapte ik ook deze avond onder de douche. Ik zette een lekker muziekje aan om mijn hoofd leeg te maken en neuriede zachtjes mee. Ineens voelde ik een soort ‘plop’. Ik keek naar beneden maar zag niks vreemds. Ik voelde tussen mijn benen en haalde er een soort slijmprop vandaan. In eerste instantie werd ik niet ongerust. Ik heb namelijk mijn hele zwangerschap geen artikel of boek gelezen over zwanger zijn, weeën of bevallen. Ik wist niks van diverse stadia of tekenen hoe je kon weten dat de bevalling was begonnen. Ik heb mijn man geroepen en die heeft toch maar de verloskundige gebeld. De boodschap: ‘Kom direct hier naartoe, maak alvast een vluchttas klaar want het kan zijn dat je aan het bevallen bent. Als dat zo is, dan moet je direct naar Utrecht voor weeënremmers, want je bent nog maar 30 weken zwanger.’ Ik raakte in paniek. Normaal kan ik redelijk goed relativeren, maar deze viel niet te relativeren. Ik had geen controle over wat er binnen in mijn lijf gebeurde. Ik kon niks anders doen dan hopen op een wonder.


Tien weken plat


Bij de verloskundige werd mijn ongerustheid niet gesust. ‘Ja, het is week beneden. En ja, je baarmoedermond staat wat open. Maar ik durf niet met zekerheid te zeggen dat de bevalling is begonnen. Ik stuur je door naar het ziekenhuis.’ Daar zat ik dan, met mijn ziel onder de arm, aan allerlei slangetjes en machines. Nog steeds hopend op een wonder. En dat wonder geschiedde: ik was niet aan het bevallen. Althans, niet direct. Maar ik moest wel heel voorzichtig zijn. De boodschap die ik meekreeg was dan ook heel duidelijk: de komende 10 weken moet je plat. Op dat moment heb je alles over voor de gezondheid van je kindje, dus ik ging plat. Platter dan plat… de bank en Netflix werden mijn grootste vrienden. Maar inmiddels was de winter begonnen en begon het flink te sneeuwen. De gladheid was verraderlijk en het was daarom niet verstandig om een voet buiten de deur te zetten. Het enige wat ik kon wensen was dat die tien weken snel voorbij zouden gaan.


Met mijn ziel onder de arm


Uiteindelijk heeft mijn lijf het weten te rekken tot 38 weken en 6 dagen. Mijn vliezen braken en mijn mindset was sterk: ik ga deze klus even klaren. Die mindset heb ik 40 uur vol moeten houden, want 40 uur na het breken van mijn vliezen is onze zoon pas geboren. De bevalling zelf (het persen) vond ik heftig maar wel te doen. Alleen door het lange voortraject was ik volledig uitgeput. 40 uur in de heftige weeën zitten had me lichamelijk leeggezogen. Uiteindelijk heb ik weeënopwekkers toegediend gekregen omdat ik maar bleef hangen op 1,5 cm ontsluiting. Tijdens het persen raakte ik in paniek. Wil ik dit eigenlijk wel? Wat doet dat kind mij aan? Waarom hebben we er voor gekozen om een kindje te willen? Toen ik Laurens op mijn buik had liggen voelde het vreemd. Is hij van mij? Komt dit uit mij? Ik herken hem helemaal niet. Wat moet ik hiermee? We moesten een nachtje blijven omdat de kans op infectiegevaar aanwezig was. De volgende dag werden we ontslagen. Met mijn ziel onder de arm gingen we naar huis.


Depressie


De week erna zat ik op een roze wolk. Ik vond het heerlijk dat de kraamhulp alles voor me deed. Ze hielp me met het geven van borstvoeding, ze maakte mijn fruit klaar, ze deed de was... Als ik lekker lag te slapen liep ze met onze zoon rond zodat ik even kon bijtanken. Na 10 dagen gaf ik haar een dikke knuffel en liep ze definitief de deur uit. Mijn man was inmiddels alweer aan het werk. Daar zat ik dan, in mijn eentje, met een baby die alleen maar huilde. Ik worstelde met de borstvoeding, want ik had continue tepelkloven. Door de meningen van anderen (borstvoeding is het beste wat er is!) durfde ik de keuze niet te maken over te gaan op flesvoeding. Dit is de grootste fout die ik heb gemaakt, het niet luisteren naar mijn lichaam. Ik kreeg donkere gedachten. Regelmatig dacht ik: ‘Was ik maar nooit zwanger geraakt’, en ‘Als ik hem nou eventjes ergens kon verstoppen’. Ik durfde niet meer naar buiten, bang voor wat er ging gebeuren. Wat nou als hij in de winkel begint te huilen? Of als hij een schone luier nodig heeft? Wat nou als mensen zich ermee gaan bemoeien? De roze wolk was volledig zwart geworden.


Slechte start


Uiteindelijk ben ik zelf uit mijn depressie gekomen. Het duurde wel een maandje of 9, maar door mijn ‘normale’ leven weer op te pakken werd het beter. Ook hadden we een slechte start met Laurens. Hij bleek een hartruisje te hebben en bleef maar afvallen. In de acht weken na de geboorte zijn we van het consultatiebureau doorgestuurd naar de huisarts, vervolgens naar de kinderarts en daarna naar de kindercardioloog. Ik had een strippenkaart voor het ziekenhuis. Uiteindelijk bleek dat er te weinig voedingsstoffen in mijn borstvoeding zaten. We zijn overgestapt op flesvoeding en onze zoon begon ineens te groeien. Hij stopte met huilen en sliep direct door van 19.00 uur tot 8 uur de volgende dag! Wat een verademing. Ik begon langzaamaan kriebels te krijgen als ik naar mijn zoon keek. Ik durfde weer naar buiten en werd weer de sterke vrouw die ik altijd was.


Leermoment


Terugkijkend op die periode heb ik veel geleerd. Allereerst: luister naar je moedergevoel! Als je gevoel zegt dat het niet klopt, dan klopt het vaak ook niet. Ik wist dat er iets niet klopte aan de groei van onze zoon. De hele wereld dacht daar blijkbaar anders over, met als gevolg dat ik bleef doormodderen. Daarnaast: luister naar je jezelf! Ik wist vanaf het begin dat borstvoeding gewoon niet mijn ding was. Ik was zo onzeker, durfde niet in een hoekje te gaan zitten voeden, schaamde me voor mijn lijf en was bang voor opmerkingen van anderen. Ik had hier mijn grens moeten aangeven en gewoon moeten stoppen met de borstvoeding. In plaats daarvan ging ik door, omdat anderen bleven zeggen dat borstvoeding het beste was. En als laatste: betrek je partner. Ik heb mezelf veel te veel afgesloten van de buitenwereld. Ik zat opgesloten in mijzelf. Als ik er meer met mijn partner over had gesproken, dan had hij mij kunnen helpen met keuzes maken en mijn grenzen aangeven. Uiteindelijk zijn we er goed uitgekomen. Mijn zoon is inmiddels 3 jaar oud en onze tweede zoon is afgelopen zomer geboren. We zijn dankbaar voor de rijkdom die we hebben. Want uiteindelijk is het gezin het belangrijkste in ons leven!

30 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven